“We verkopen enkel wat we zelf lekker vinden”

Een prachtige, verzorgde etalage laat zien dat ook poelier Hermans in paasstemming is. Gele bloemen en strikken versieren de kippen, konijnen, duiven, eieren en vidé’s. Dit is een familiezaak en dat mag je letterlijk nemen. Niet alleen is hier de derde generatie aan de slag, die trouwens dit jaar de honderdste verjaardag van de zaak viert. Broers René en Roger Hermans runnen de zaak samen met hun echtgenotes Frieda en Alice. Het viertal is terecht trots op de titel ‘meester in wild en gevogelte’.

Op de toog prijkt het kruidenmengsel waarvoor poelier Hermans bekendstaat. Het recept houdt de familie Hermans voor zich. Al is dat niet het echte geheim van de zaak. “Dat zijn onze vrouwen”, zegt René. “Als het tussen hen niet zou klikken, dan bestond poelier Hermans niet meer. Ze doen alles voor elkaar. Alice kookt vooral, Frieda doet de etalage.”

Roger: “Andere handelaars vragen ons hoe we dat doen, zo met z’n vieren. En dat zonder geruzie. Vader is nu 25 jaar gestorven, maar sindsdien hebben René en ik amper ruzie gemaakt.”

René: “En als we al eens woorden hebben, dan gaat het om een misverstand. We hebben altijd al geholpen in de zaak. Kwamen we van school, dan stond de emmer met magen en levers van kippen klaar. Wij voelen ons thuis bij 10 graden, in die temperatuur verwerken we het vlees. We hebben altijd 70 uren per week gewerkt. Vroeger verwerkten we enorme kalkoenen, maar dat kan ik niet meer. Ik word er 75, hé. Nu doen we alleen maar kleine exemplaren. De winkel is ook wat minder vaak open, maar dat houdt onze klanten niet tegen.”

“Onze klanten komen uit de ruime regio rond Antwerpen, maar niet uit de buurt. We hadden ooit een Engelsman die in Nederland woonde. Die kwam hier met zijn Porsche kalkoen kopen. Er zijn ook mensen die verhuizen, maar hier blijven komen. Zoals meneer Petit, die nu in de Ardennen woont. Geregeld komt hij hier een paar kilo vidévulling halen, voor in de diepvries.”

Roger: “In dit beroep mag je niet op een uurtje kijken. Het werk is heel intensief. Maar ik had een hersenbloeding, René een herseninfarct. Sindsdien doen we het inderdaad wat kalmer aan.”

De kwaliteit is top

Een dame komt binnen voor een doos eieren en een bereide bil van konijn. “Ik ben al meer dan 50 jaar klant en dat is omdat het hier goed is. Ik kom speciaal met de fiets uit Hoboken. Pas op, ik ben er 90, hé. Het is hier proper, ze zijn altijd even vriendelijk en de kwaliteit is top.”

Roger: “We geven onze klanten recepten mee. Die proberen we allemaal zelf uit. En we werken ze regelmatig bij. Tegenwoordig hebben we ook een webshop, we gaan mee met de tijd. Ook daarop vind je de nodige info over de bereiding.”

René: “Omdat we bijna alles zelf maken, is ons aanbod gelimiteerd. Hier vind je niet van alles en nog wat. We eten ook zelf van onze eigen producten. En wat we niet lekker vinden, verkopen we niet. Zo was er eens een wildpastei die Frieda en ik niet lustten. Wel, we hebben die uit het assortiment gehaald. Sindsdien maakt Alice een andere paté.”

Frieda: “We hebben enkele echte specialiteiten. Neem nu onze huisgemaakte kastanjepuree. Dat is enorm veel werk. Drie dagen ben ik er aan bezig, maar ik doe dat graag. En maar kastanjes pellen voor de tv… Veenbessenconfituur of wildkroketjes maken we ook zelf. Weet je, wild uit de supermarkt heeft niet dezelfde kwaliteit. Hier komt het vlees vers binnen, maar wij doen nog een kwaliteitscontrole. Wat niet goed is, verkopen we niet.”

 Druivenbladeren plukken

Frieda: “Op een bepaald ogenblik waren druivenbladeren moeilijk te krijgen. Maar die hebben we nodig om rond een fazant te wikkelen. We vonden uiteindelijk een wijnbouwer in Boechout waar we nu zelf onze verse druivenbladeren gaan plukken. Wie doet dat nog? Voor een kwaliteitsproduct moet je wat over hebben.”

René: “Wie maakt er nog zelf vol-au-vent met boter, planta, bloem en zelf uitgesneden kip?”

Frieda: “Eet trouwens beter een goeie kip dan een gekweekte fazant. Die smaakt naar niets.”

Alice: “En verder gaat er hier geen nitriet in de wildpastei !  Daardoor kleurt die wat grijs, maar daar is niets mis mee. Liever dat dan een roze kleur door toegevoegde producten.

“Onze vrouwen zijn het geheim van de zaak. Als het tussen hen niet zou klikken, dan bestond poelier Hermans niet meer.”

Enige overgebleven poelier in Antwerpen

Zij hebben klanten tot in Oostende

Op de foto vlnr: Roger, Frieda, Koen Kennis (N-VA), Alice, René en Samuel Markowitz [Open Vld]

Het gebeurt niet zo vaak dat handelszaken hun 100ste verjaardag halen. Nog zeldzamer is het dat familiezaken het zo lang uithouden, van generatie op generatie overgaan en meegaan met de tijd. Poelier Hermans – ‘Meesters in Wild en Gevogelte’-  is zo’n handelaar. Ze zijn een begrip in Antwerpen en omstreken. De zaak is sinds 1932 gevestigd in de Abdijstraat op het Kiel.

René Hermans is niet alleen één van de zaakvoerders, hij mag ook gerust de pr-man van de zaak genoemd worden. Wanneer we van de zon genieten voor het huisnummer 265  begint hij de winkels op te noemen die zijn verdwenen in de straat. ‘Alles heb ik hier weten veranderen. Ik ben bijna 75 en net als mijn broer Roger – die 78 is – geboren in dit huis. We hebben de buurt zien opbloeien en opnieuw zien verloederen. De doodsteek kwam er in de jaren ’90 toen het aantal parkeerplaatsen werd teruggebracht van 250 naar 50 en er werden hier tot zeven keer per dag boetes uitgeschreven voor alles wat maar iets in overtreding stond. Gelukkig zijn wij kwaliteit blijven bieden en is ons cliënteel ons trouw gebleven.’

‘Kijk hier: onze cliëntenlijst. Je gaat er niet teveel vinden van op het Kiel zelf.’ Even later kwam een man binnen uit Aartselaar. ’50 jaar ben ik hier al klant. En ik ga nergens anders.’ Maar het kan nog straffer. De broers (en schoonzussen Alice(75) en Frieda (79) hebben ook klanten uit onder meer Roeselare en Oostende. René: ‘We hebben een Brit die met zijn Porsche vanuit Eindhoven naar hier komt voor zijn kalkoen. Ik kreeg eens een telefoon van een vrouw uit Oostende. Ze had van haar buren gehoord dat ze nergens een betere kalkoen kon vinden dan bij ons. Ik heb toen gevraagd om hoe laat ze met de trein aankwam in het station van Antwerpen en heb die kalkoen daar afgeleverd.’

Vandaag werden de vier letterlijk in de bloemen gezet door Koen Kennis (N-VA), schepen van middenstand en Samuel Markowitz (Open Vld), districtsschepen voor lokale economie. ‘Het verhaal van poelier Hermans begon op 1 oktober 1922 in de Kuipersstraat 7 in het Schipperskwartier. Dan kwam de verhuis naar de iets verder gelegen Hofstraat, nog later naar de Everdijstraat, en tenslotte hier naar de Abdijstraat. Enig is ook dat deze mensen boven de zaak wonen. Misschien zou dat wat meer mogen gebeuren.’ Wanneer hen, namens de stad, een oorkonde wordt overhandigd, krijgt Roger het emotioneel wat moeilijk. In de jaren ’80 waren er nog 30 poeliers in Antwerpen. Nu zijn zij de enigen. Roger: ‘Hoe dat komt? Ken je dat verhaal van die twee muisjes in die kan melk? Het ene verdronk maar het andere bleef zolang spartelen tot de melk boter werd. Wij doen dit beroep enorm graag al zou het niet kunnen zonder de hulp van onze echtgenotes. Ik heb vier overbruggingen gehad en twee stents en mijn broer een hersenbloeding. Als er één van ons vieren niet meer verder kan dan stopt het vrees ik. Samen hebben we vier kinderen maar niemand van hen  is geïnteresseerd om de zaak verder te zetten.’

En wat vindt René van de vele mobiele kippenkramen die je op bijna elke hoek van de straat vindt? Het antwoord is kort maar duidelijk. ‘Kruisbesmetting en een afgekoelde kip op je bord'. Als de longen van een kip wit zijn, dan hebben  ze antibiotica gekregen. Zie je dit? Licht roze tot rood. Onze kippen komen uit de streek rond Aalst, waar ze een goed leven hebben gehad met gezond en goede voeding. Nadien worden ze verdoofd en met de hand geslacht. Dat levert kwaliteit op en zoiets proef je.’

Edwin MARIËN